Informatie
    Jeugd
    Senioren
    Topteam
    Biljart oefeningen
    Uitslagen
    Algemene informatie
    Geschiedenis
    Uitvinder van de pomerans
    Spelsoorten
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
Zondag
:
:
:
:
:
:
:
19:00 - 24:00 uur
19:00 - 24:00 uur
19:00 - 24:00 uur
19:00 - 24:00 uur
19:00 - 24:00 uur
Gesloten
*
Gesloten
*

* Tijdens competitiewedstrijden en
toernooien is The City Dibo wel geopend

Biljart- en Dartvereniging The City Dibo
Bergenvaarderstraat 15a
7418 BW Deventer

Tel: 0570-621585
E-mail: citydibo@versatel.nl
Website: www.citydibo.nl
Libre of vrij spel
De eenvoudigste spelsoort is het 'libre' of 'vrij spel'. Er zijn geen restricties, de bedoeling is slechts om met de speelbal beide andere ballen te raken. In de negentiende eeuw vonden de topspelers al gauw een manier om zeer grote series te maken, de 'série américaine'. Het is een manier van spelen waarbij de aan te spelen ballen dicht bij de band komen te liggen en waarbij
bij elke stoot de ballen maar een paar centimeter opschuiven. Zo kan de hele band langs gewandeld worden en zelfs wordt het mogelijk om de aan te spelen ballen vast in de hoek te leggen. In dat geval kunnen in hoog tempo honderden of duizenden punten gemaakt worden en om dat te voorkomen mag in de hoek niet meer alles (waarmee het spel niet langer 'vrij' is). In de hoek wordt met een dunne krijtlijn een driehoek afgetekend waarbinnen restricties gelden: liggen beide te raken ballen in de driehoek dan mag gewoon een punt gemaakt worden, maar liggen ze dan nog beide in de driehoek dat moet bij het volgende punt een van de ballen de driehoek verlaten. Die bal mag overigens wel weer in de driehoek terugkeren. Op de grote tafel is het een ongelijkzijdige driehoek met zijden van een kwart van de korte en de lange band (dus ongeveer
71 en 36 centimeter) en op de kleine tafel een gelijkzijdige driehoek met zijden van 17 centimeter, of in de hogere klassen die op klein biljart spelen een kwart van de bandlengte (ongeveer 57 en 29 cm).

Werden in de negentiende eeuw partijen van 2500 caramboles niet geschuwd, later was de lengte van een partij 'slechts' 500 punten. Toch gebeurde het bij grote kampioenschappen vaak dat alle deelnemers wel een of meer partijen in één beurt uitspeelden. Ook remises (gelijk spel) van één beurt kwamen geregeld voor, dan speelde de beginspeler de partij direct uit, waarna in de nabeurt ook de tweede speler alle 500 punten achter elkaar maakte. Tegenwoordig is in Nederland en België de partijlengte voor de beste spelers 400 caramboles, maar in de lagere klassen ligt dit aantal lager. In de laagste klasse bedraagt het bijvoorbeeld slechts 30 caramboles, waar men een beurt of 40 voor nodig heeft.



Bandstoten
Bij het bandstoten is er maar één restrictie: voordat de speelbal de tweede bal raakt moet minstens eenmaal een band geraakt zijn. Er kunnen behoorlijk grote series gemaakt worden maar een vaste gunstige positie, zoals bij de kaderspelen, is er niet. Na een aantal stoten met subtiel verschuivende ballen, moet weer een andere tamelijk gunstige positie gezocht worden.
In Nederland en in België is de partijlengte in de eredivisie 150 caramboles.



Driebanden
Bij het driebandenspel moet de speelbal minstens drie banden raken vooraleer de derde bal geraakt wordt. De spelers zijn er steeds bedrevener in geworden om ook bij het driebanden aan seriespel te doen, dus om vooruit te denken. Gepoogd wordt van alledrie de ballen baan en snelheid te controleren zodat na een gemaakt punt weer een redelijk te maken positie overblijft. Net als in de andere spelsoorten kan in meer of mindere tevens gepoogd worden om zodanig te spelen dat na het mislukken van de stoot een extra moeilijke positie voor de tegenstander overblijft. Dit verdedigende spel heet 'carotte' ('wortel'). Het kan in een kampioenschap heel
nuttig zijn, maar het drukt wel de grootte van de eigen series.

De topspelers spelen een partij over 50 caramboles (voorheen 60), maar er wordt ook vaak om sets van 15 punten gespeeld. Winnaar is dan degene die als eerste het afgesproken aantal sets (twee of drie) wint. Het voordeel van het setsysteem is dat er meer spanning in de wedstrijd komt (je kijkt nooit tegen een al te groot aantal punten achterstand aan), maar het nadeel is dat een serie van meer dan 15 punten niet meer mogelijk is, terwijl een grote serie bij het driebanden een van de bijzonderste spektakels binnen het carambolebiljart is. De hoogste serie staat op naam van Semih Saygıner en bedraagt 31 caramboles.



Kaderspelen
Om het maken van grote series, die slechts voor de kenners interessant zijn om te zien, te bemoeilijken werden lijnen getrokken evenwijdig aan de banden. Zo ontstonden in de hoeken vierkante kaders/vakken en langs de randen langwerpige kaders. Kwamen de aan te spelen ballen beide binnen de lijn te liggen dan moest, afhankelijk van de spelsoort, bij de eerste, tweede of derde carambole een van die ballen het vak verlaten; in het middenveld mocht gewoon gespeeld worden. Ook dit bleek spoedig een te gemakkelijk spel en de regels werden wat stringenter. Allerlei indelingen van het speelvlak zijn geprobeerd, zelfs met lijnen niet evenwijdig aan een band.

Tegenwoordig zijn drie soorten kaderspel nog in gebruik, op de grote tafel zijn dat 47/2, 71/2 en 47/1. Daarbij geeft 47 of 71 de grootte van de kaders aan (47 is een derde van de lengte van de korte band, 71 de helft van de korte band) en met /2 of /1 wordt aangegeven hoeveel caramboles gemaakt mogen worden met beide ballen binnen het kader (driestootskader bestaat niet meer). Na de tweede respectievelijk eerste carambole moet een van de aan te spelen ballen het kader verlaten, maar mag wel terugkeren. Ook in het middenvak gelden dezelfde regels. De moeilijkheidsgraad van de verschillende kaderspelen valt af te lezen aan wat zowel in Nederland als in België in de ereklasse de partijlengtes zijn: bij 47/2 gaat het om 300 caramboles, bij 71/2 om 250 en bij 47/1 om 200 caramboles. De partijen zijn tegenwoordig wat korter dan ze heel
lang geweest zijn. Bij het moeilijke 47/1 bedroeg de partijlengte bij internationale kampioenschappen lange tijd 300 punten; de Nederlander Hans Vultink was de eerste die er
in slaagde om ze in één beurt te maken.

Waar een kaderlijn bij de band komt is het spel gemakkelijker. Daarom worden daar 'ankers' aangebracht, dat wil zeggen dat er een vierkant wordt getekend met zijden van 17,8 cm. In het anker gelden dezelfde regels als in de kaders: binnen het anker mag maar 2 respectievelijk 1 keer een punt gemaakt worden zonder dat de ballen het anker verlaten – óók als de ballen wel
in twee verschillende kaders liggen.

Komen de ballen beide in eenzelfde kader of anker te liggen dan zegt de scheidsrechter 'entrée' ('binnengekomen'). Liggen na de volgende carambole de ballen nog steeds in het vak (bij 47/1 mag dat dus niet), dan zegt de scheidsrechter 'dedans' ('binnen'). Verlaat bij het volgende punt geen van de aan te spelen ballen het vak dan heet de positie 'restée dedans' ('binnen gebleven') en is de speler af. De spelers streven ernaar om de ballen steeds aan beide zijden van een lijn
te houden, die positie heet 'à cheval' ('te paard'). Vooral rond de kruising van lijnen zijn er mogelijkheden om grote series te maken. Er wordt dan vaak een 'rappel' ('terugroep') gedaan:
een van de aan te spelen gaat dan ongeveer via de lijn naar de band, keert terug en tikt zachtjes de achtergebleven ballen weer in een perfecte positie. Het moeilijkst is een 'lange rappel', waarbij een bal helemaal naar de andere kant van het biljart moet. Genoemde serie van 300 van Vultink bevatte een dergelijke rappel, die dan ook een ovatie uitlokte toen hij op de millimeter slaagde.



Kunststoten
Bij het 'kunststoten', 'artistiek biljart' of 'billiard artistique' worden de ballen op voorgeschreven en op het laken aangegeven posities geplaatst. Een speler mag driemaal proberen om de carambole op de voorgeschreven wijze te maken, waarbij het nodig kan zijn dat de bal over een andere heen springt, een bocht maakt, drie keer achter elkaar dezelfde band raakt of over negen banden gaat. Wordt de carambole gemaakt dan krijgt de speler een bepaald aantal punten afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de stoot, van heel erg moeilijk tot extreem moeilijk.

Copyright © The City Dibo biljart en dart - Design by NXTGEN